The population of dune rabbits in the province of Noord-Holland has been decreased by over 90% of late, especially on the island of Texel, where hardly a rabbit is left. But rabbits are getting more and more rare on the mainland as well.
"One minute you see a rabbit eating a blade of grass, the next minute it drops dead, after a few convulsions. It is a fast killing disease whereby the animals don't have to suffer for long."
The RHD/RVD is an obstinate virus that can make a lot of victims in less than no time.
"Probably we had a couple of hundreds of thousands of rabbits of which not even 10% is left. The quantity of rabbits has declined dramatically. In a real short time. And that not only affects the rabbits, but the vegetation as well. Since there are no longer grazing rabbits, plant species die out, as well as the animals that depend on those species: butterflies and birds. There is nearly nothing to be done against the virus. It is impossible to vaccinate all the wild rabbits."
Since there are not enough rabbits left to prevent the dunes from being
overgrown with grass, the dune managers temporarily use sheep, cows and
ponies for grazing.
The dune managers hope that the virus vanishes quickly or that the rabbits
become resistant to the virus.
****************************************************
Konijn (Rabbit)
Article below sourced from www.waddenzee.nl - Netherlands
Konijnen komen zeer algemeen voor in alle duingebieden. Lange tijd beschouwde men het konijn als een schadelijk dier voor het duin, en werd er op grote schaal op gejaagd. Tegenwoordig praten natuurbeheerders over het konijn als 'kleine grazer': een bondgenoot die er voor zorgt dat het duin open en gevarieerd blijft.
Konijnen zijn eeuwen geleden op alle waddeneilanden, behalve Griend, ingevoerd voor de vacht en het vlees.
Konijnen hebben een zandkleurige tot grijsbruine vacht, met een roodbruine nek. Door kruising met tamme konijnen komen soms afwijkende kleuren voor. Het lichaamsgewicht is 1,2 tot 2,5 kilo.
Konijnen graven holen als schuilplaats. Naarmate een hol langer in gebruik is, worden er steeds meer ingangen gegraven en groeit het uit tot een burcht. Het leefgebied van een konijn strekt zich meestal uit tot een straal van 50 meter rond de burcht.
Myxomatose
Als een populatie konijnen te groot wordt, breekt meestal de virusziekte myxomatose uit. Deze ziekte is in 1952 opzettelijk geïntroduceerd in Frankrijk, om het konijnenbestand te verkleinen. Een met myxomatose besmet konijn sterft meestal een langzame, pijnlijke dood. Slijmvliezen van ogen, oren, geslachtsopening en anus raken ontstoken, waardoor het dier niet meer kan zien en zeer kwetsbaar wordt. Veel konijnen zijn immuun geworden voor deze ziekte.
Schommelende populaties en gestage achteruitgang
In de duingebieden langs de Hollandse kust onderzoekt men sinds 1985 met behulp van systematische tellingen de ontwikkelingen van de konijnenpopulatie in relatie tot de vegetatie-ontwikkeling. Dit langlopende project heet 'Langoor' en wordt uitgevoerd door de duinbeheerders zelf. Het project leverde onder meer het inzicht op dat de populaties aan schommelingen onderhevig zijn. Deze schommelingen vertonen geen regelmatig patroon in de tijd (zoals wel bekend is van bijvoorbeeld veldmuizen en lemmingen). De schommelingen lijken sterker in duingebieden met een open vegetatiestructuur, zoals het Zwanenwater. Maar ook de aanwezigheid van de vos als belangrijke belager kan een rol spelen: in gebieden met veel vossen zijn de schommelingen minder uitgesproken.
Eén van de andere opmerkelijke resultaten is dat de populaties ten noorden van het Noordzeekanaal sinds 1990 een dalende tendens vertonen. Men schrijft deze afname toe aan een nieuwe virusziekte onder de konijnen: het Viral Haemorrhagic Syndrome (VHS).
Melanisme
Konijnen hebben nogal eens een afwijkende vachtkleur, vooral een geheel zwarte vacht (melanisme) komt relatief vaak voor. Alhoewel vaak wordt aangenomen dat dit losgelaten tamme konijnen zijn, blijken hier mogelijk andere verklaringen voor te zijn; Omdat afwijkende vachtkleuren op de waddeneilanden Texel, Vlieland en Schiermonnikoog veel meer voorkomen dan op het vasteland, schijnt de afwijking te maken te hebben met de mate van predatie. Op het vasteland worden kleurafwijkingen door roofdieren als de vos en de bunzing zeer snel opgemerkt en maken deze konijnen geen schijn van kans. Op de waddeneilanden echter, waar deze predatoren ontbreken, kan de genetische afwijking blijven voortbestaan. Waarom de predatoren van de konijnen op de waddeneilanden (de kiekendieven) hier geen invloed op hebben, is nog niet geheel duidelijk.
Namen:
Ned: konijn
Eng: rabbit
Fra:le lapin (de Garenne)
Dui: das (Europäische) Wildkaninchen
Lat: Oryctolagus cuniculus
Click here to return to main page